(gewoon even stoom blazen)

Amai,
vandaag maar liefst 2 blogjes.

Wil je iets neutraals lezen, lees dan mijn vogeltjesblog hier onderaan.

Wil je mijn gezeur lezen, lees dan dit.

Aaaaaah! Even stoom af komen blazen!

Aangezien onze dogsitter een jobaanbod gekregen heeft waar ze heel graag op in ging, moeten we onze vakantieplannen een beetje moeten omgooien. We gaan dus wat daguitstappen doen, maar om een echt vakantie gevoel te hebben zouden we toch ook wel graag eens een nachtje (of twee) op hotel gaan.

Kingston blijkt een mooie omgeving te zijn, met de universiteit, Fort Henry, het Rideau Canal en zo. En Dario wil Queen’s University in Kingston eens bekijken. Dus het leek ons een goed idee om die kant uit te gaan.

Maar wat is er onderweg nog te bekijken? Wat is de moeite, en wat niet? Wat die vragen betreft ben ik de afgelopen jaren ontzettend erg verwend geweest via de Alles Amerika website, waar je dus
meer dan 100 routes kan vinden, routekaartjes, reisverslagen, tips voor uitstappen, accomodatie, eten, … Je noemt het, en je kan het er vinden. Maar niemand heeft ooit een Alles Canada gemaakt. Dus moet je van scratch gebinnen. En dan kan je wel reisverslagen vinden a la “Op dag x waren we van Ottawa op weg naar Toronto, en hebben we een tussenstop in het historische Kingston
gemaakt.”
Of “Kingston was leuk om te bezoeken, met zijn fort. En ook de bootcruise
tussen de Thousand Islands was prachtig.”
That’s it. Niets meer. Niets minder (dat zou al moeilijk kunnen).

Vol goede moed ga je zelf aan de slag, maar dan bots je op het feit dat er heel wat plaatsen zijn waar je dus niet welkom bent met een hond. Na het contacteren van 4 cruisemaatschappijen hebben we dus besloten dat we dan maar geen cruise maken tussen die prachtige eilanden, aangezien we Dusza moeilijk in de auto kunnen laten zitten en zij niet welkom is op die boten.
(als iemand hier meeleest die een bootje heeft en ginder woont en die ons graag eens rond wil varen: je bent een godsgeschenk! I love you! Is een doosje lekker Leonidas pralines iets wat je aan kan zetten tot aktie?)

Er zijn wat interessante musea, maar ook niet te doen met Dusza.

Er zijn leuke parken en trails. Goed te doen met Dusza!. Maar dan hebben we die tweevoeter bij die dat niet vol kan houden vanwege de afwijking aan zijn knieen. Dus ook daar kunnen we ons niet echt gaan uitleven.

Bah, ik wil hier dus gewoon even stoom af blazen, nadat ik vandaag zowat 8 uur achter de pc
heb gezeten en dus echt nog niet kan zeggen wat we gaan doen. Negeer dit maar gewoon. Morgen is een nieuwe dag. En ga ik gewoon weer een volgende stadswandeling door Toronto voorbereiden. Dat gaat vlotter.

Brown headed cowbird: een broedparasiet

Amai, wat een rare titel, zal je wel denken! Maar het valt best mee hoor. In Belgie/Nederland kennen we allemaal de koekoek als zijnde een vogel die zijn ei in een andere vogel zijn nest legt. Een broedparasiet dus, die zijn jongen laat grootbrengen door anderen.
En ook in Ontario hebben we broedparasieten. Twee soorten van koekoeken, en de cow bird. En over die laatste gaat het bericht van vandaag.
We genieten hier in de tuin van heel wat vogels, die we lokken met bird feeders (voederhuisjes) met diverse soorten voedsel, door zaden op de grond, een groot en klein vogelbadje en door de bomen en struiken die hier staan.

Op die manier heb ik al menig uur doorgebracht met genieten en observeren van die beestjes. Zeker nu ze al een tijd op stap zijn met hun jongen, en je kan zien hoe ze hen leren om aan voedsel te geraken. Wat een drukte soms! Maar op die manier kreeg ik dus een paar weken geleden in de smiesen dat er iets niet klopte. We hebben namelijk ook heel wat mussen die onze tuin bezoeken, en tussen die mussen zat een jong dat er toch wel wat anders uit zag. De afgelopen week heb ik ze duidelijk op foto kunnen vastleggen, en het moge duidelijk zijn dat dit geen mus is.

De kleine is de pa mus, de grote is dus een brown headed cowbird. En volgens mij een vrouwtje, al kan ik dat niet 100% zeker zeggen omdat de jonge vogels vaak meer op de vrouwtjes lijken. Dat zal dus nog verdere observatie vragen.
Tjonge jonge, wat kan dat ding te keer gaan! Het is een echte veelvraat, en vooral papa mus werkt zich een ongeluk om deze veelvraat van eten te voorzien. En spijtig genoeg zie ik pa dus telkens alleen op stap met peuter cow bird, en niet met zijn eigen jongen… Dat zou logisch zijn, want het typische aan die broedparasieten is dus wel dat bv. de eigen jongen uit het nest gewipt worden, of omkomen van de honger omdat er een veeleisend ander jong is. En ik las ook dat de  eieren van cow birds dus neller uitgebroed zijn, zodat ze een voorsprong hebben op de andere vogels in het nest als die (nog) uit (zouden) komen.

Zou pa mus zich nou tussendoor afvragen of het kind misschien toch niet van de melkboer buurman is? Nee, dat is het soort van intelligentie dat je bij die diertjes niet aantreft, denk ik. Het gekke is wel dat ik de volwassen cow birds hier nog niet gezien heb.

Ondertussen is de cowbird al wat meer gegroeid, dus ma en pa krijgen nu minder werk, want ze hebben “hun” jong nu geleerd hoe je zaadjes moet eten:

En hij/zij heeft ondertussen ook ontdekt hoe je water kan drinken en een badje kan nemen (al heb ik van dat laatste geen foto, ’t is niet dat ik heel de dag het fototoestel in de aanslag heb):

Het oude Oakville: Heritage Conservation District

Vandaag ben ik dus mijn wandeling door ‘historisch Oakville’ gaan verder zetten waar ik die dinsdag onderbroken had nadat ik mijn verrassende ontmoeting met Jean had, na welgeteld 200 meter wandeling en 1 historisch gebouw.

Ook Chris en Liliane waren vandaag van de partij. Ze hadden hier ook al wel eens eerder gewandeld, maar ik zal maar denken dat ze het leuk vonden om het nog eens in mijn gezelschap te doen. 😉

Natuurlijk heb ik niet al de huizen gefotografeerd, dat zijn er tientallen. Maar hier volgt een fotoverslagje dat je een indruk geeft van hoe leuk deze buurt is. De huizen zijn gelegen aan smalle straten die in een dambordpatroon lopen en afgezoomd zijn met hoge bomen. Het is een heel mooie buurt, gelegen aan het meer, netjes verzorgd met leuke tuintjes en huizen die dateren van in de beginjaren tot vrij recent. Op een warme dag is het leuk kuieren onder de bomen, en er rijdt amper een auto.

Ik ben blij dat de Oakville Historical Society zo aktief geweest is hier, zodat ze er in geslaagd zijn om een deel van het oorsponkelijke Oakville te beschermen en het de toewijzing laten krijgen van “Heritage Conservation District”, waardoor de originele architectuur van die begindagen behouden zal blijven.

Wist je trouwens dat de naam ‘Oakville’ in de beginjaren van 1800 gekozen is voor deze plaats omdat er ontzettend veel eikenbomen stonden? En omdat ze op die manier ook hulde brachten aan de stichter van de stad, William Chisholm, omdat zijn bijnaam “The White Oak” was?

Eerste stop was het Murray House op 75 Navy Street. “Canadian Hotel”

Dit gebouw werd gebouwd in 1857 en diende als overnachtingsplaats voor de steeds groter wordende groep bezoekers aan de stad. Het is opgetrokken in rode kleibaksteen uit Ontario. Er waren 21 kamers die niet eens 2 x 2 meter groot waren! Verder waren er 4 salons, waar de gasten konden zitten.

^^^^^

Volgende stop was het “John and Thomas Sweeney” gebouw, uit 1834.

Deze twee broers waren houtbewerkers die boten bouwden. Zoals heel veel van de inwoners van Oakville in die tijd.
Dit huis is een mooie illustratie van wat men qua opbouw een ‘centre hall Georgian plan” noemt, iets wat hier typisch was tijdens een groot deel van de 19de eeuw. De deur in het midden met een glasrij er boven zodat er lichtinval was in de hall, en dan de ramen symmetrisch in de rest van de voorgevel. Soms met veel versiering, soms vrij basic. Dat was afhankelijk van het geld dat de eigenaar aan die opsmuk kon spenderen.

Aanvankelijk was dit een houten huis, maar rond 1850 werd het –zoals veel houten huizen uit die tijd- voorzien van stucco omdat dit meer duurzaam was en dus minder onderhoud vereiste.

^^^^^

308 Williams Street: “The Rose Cottage”, ca. 1850

Dit was het huis van Isaak Clarke, een schrijnwerker/meubelmaker. Tegen 1905 was het in handen van de familie Rose. Vandaar die naam.

^^^^^

295 King Street: Justus Williams, ca. 1850

In 1831 kwamen Justus Williams en zijn echtgenote naar Oakville, waar ze een ijzerwarenwinkel begonnen. Ze verkochten er ook droge voeding en medicijnen. Omstreeks 1850 betrokken ze het bovenstaande huis.

Justus was lid van de Methodistenkerk, maar was ook werkzaam in wat je wel een voorloper van de AA (anonieme Alcoholisten) kan noemen. Hij was een van de voortrekkers die er voor zorgde dat in 1843 de eerste ‘Temperance Hall’ van Ontario in Oakville gebouwd werd. De klemtoon lag meer op ‘matigheid’ dan op geheelonthouding. Daar waar ze aanvankelijkrijde trokken tegen whiskey, brandy en rum, viseerden ze nadien ook nog cider en bier. Ze werden ook wel eens de “damned cold water society” genoemd.

Justus stond aan het hoofd van Oakvilles eerste “Board of Health” in 1843, hij was ook betrokken bij de lokale school en werd vice-president van de mekaniekersschool voor volwassenen, waar ook een bibliotheek aan verbonden was. Ook fungeerde hij als Vrederechter, en de penningmeester van de stad vanaf 1857 tot aan zijn dood in 1875. Deze man heeft dus best wel wat betekend voor het toenmalige Oakville.

^^^^^

Dit huis heeft geen plaque van de Oakville Historical Society aan zijn deur hangen maar ik vond het wel mooi:

Er staan wel meer van die statige woningen in de buurt.

^^^^^

Maar er staan dus ook heel kleine huisjes, zoals het huis aan 212 King Street, The James Kelley House (smid), 1860

In de jaren 1840 kwam James Kelley zich als smid in Oakville vestigen. Zijn gezinswoning werd gebouwd rond 1860 en kreeg nadien nog een aanbouw.

Lang lang geleden leefden in dit huis ook nog de grootouders van de Canadese auteur Farly Mowat (°1921), die vooral gekend is voor de romans die hij schreef over het leven in het Canadese noorden. Maar vooral van het boek “Never Cry Wolf” dat nadien door Disney verfilmd werd.

^^^^^

Ook passeerden we deze keer weer aan het Thomas House (1829) dat men verplaatst heeft naar Lakeside Park, naast het oude postkantoor.

Oude Postkantoor (1835)

Dit postkantoor stond vroeger op de hoek van Navy Street en Lakeshore Road. Het werd in 1835 gebouwd voor William Chisholm, de eerste postmeester, en zijn assistent Robert Kerr Chisholm.
Tot 1856 was dit postkantoor in gebruik, nadien deed het achtereenvolgens dienst als smidse, bouwschuur voor een boot, houtopslagplaats en opslagplaats van de lokale leerlooier.
In 1952 heeft de Chisholm familie het stuk grond waar nu Lakeside Park is aan de gemeente geschonken, en Mrs. Hazel Mathews (iemand die ook een grote rol heeft gespeeld in de bescherming van Oakvilles historische monumenten) heeft er voor gezorgd dat het oude gebouw gesloopt werd, en heeft het over laten brengen naar het park. Momenteel zijn ze het gebouw volop aan ’t restaureren.

De naam Chisholm zal je in de loop van de geschiedenis heel veel tegen blijven komen in Oakville. Deze familie is zeer nauw verbonden met de groei van de stad en is ook tegenwoordig nog steeds aanwezig. Maar daarover zou ik later wel eens een blogpost kunnen schrijven, als ik me wat meer ingelezen heb over deze familie.

In “The Thomas House” tref je tijdens de zomermaanden vaak een vrijwilliger van de Historical Society die je vriendelijk zal uitnodigen om een kijkje te nemen in het huis. Ik deed dit nu voor de 2de keer, en telkens krijg je toch nog andere aspecten te horen, wat ik wel fijn vind, want zo leer je elke keer weer iets bij.

Dit huis stond aanvankelijk aan de boerderij van Merrick Thomas (aan Lakeshore Rd, waar nu St. Jude’s begraafplaats is, en de St. Thomas Aquinas High School). De Historical Society kocht het gebouw in 1955 en verhuisde het originele deel van de boerderij naar de site in Lakeside Park, waar het nu staat.

Het is een mooi gerestaureerd gebouwtje, en je kan je moeilijk inbeelden dat hier ooit een gezin met 7 kinderen leefde. Nou ja, niet helemaal: de tweelingdochters zijn gestorven bij de geboorte, en hun andere dochtertje overleed toen ze 2 jaar was. Dus eigelijk leefden ze hier vooral met hun 4 zonen. Maar dan nog! Het huisje heeft 2 kamers, waarvan 1 slaapkamer.

We hadden inmiddels al wat afgewandeld, en besloten om tot aan Lakeshore Road te gaan om bij The Second Cup iets te gaan drinken. En je weet nooit wat er toen gebeurde!…
We botsten terug op Jean! Die kwam  nietsvermoedend weer buiten gestapt om een van zijn zovele dagelijkse wandelingetjes te gaan doen, en hij keek dus vol verbazing naar het gezelschap dat plots de straat over stak in zijn richting. 🙂

De onvermijdelijke Canadese ganzen:

Been-there-done-that? Try the EdgeWalk!

Een beetjereiziger heeft waarschijnlijk ooit al op heel wat torens of hoge plaatsen van het uitzicht genoten. Misschien bezocht je wel eens het platform van de Eiffeltoren in Parijs, of zocht je de
hogere regionen in de Empire State Building of het John Hancock Centre in de USA, of wie weet had je al de eer een bezoek te kunnen brengen aan de Burj Khalifa.

Dus waarom zou je dan nog geld uit geven om op de CN Tower te gaan als je Toronto bezoekt?
– Wel, misschien omdat het wel leuk is om in 58 seconden plots bijna 350 meter te stijgen?
– Of vooral omdat je er op de glazen vloer kan staan waardoor je de straat heel heel ver beneden kan zien? Ter illustratie leen ik hier 2 foto’s van Marjan en Jan, die op 11 juli dit hebben gedaan:

(hun verslag kan je hier lezen: http://hekkietravel2011.web-log.nl/blog/week-9.html )
– Of omdat het roterende restaurant (net zoals op de Space Needle in Seattle) wel eens een leuk uitje is?

Als dit allemaal je toch maar been-there-done-that in de oren klinkt, dan kan je vanaf 1 augustus genieten van een heel erg bijzondere nieuwe attractie op de CN Tower in Toronto:

de EdgeWalk.

Iets unieks in Noord-Amerika! Op een hoogte van 356 meter boven de grond kan je handsfree gedurende 20 – 30 minuten een wandelingetje maken op het dak van het panoramisch restaurant. Op een balkon staan op de 116de verdieping van een gebouw zal best spectaculair zijn, maar ik durf je verzekeren dat dit een adrenalinekik zal geven die niet te evenaren is vanop een balkonnetje.

Meer info: www.edgewalkcntower.ca

Een filmpje: http://www.thestar.com/videozone/1031218–edgewalk-following-a-dream

 

En zo kreeg de dag een aparte wending…

Afgelopen nacht heb ik slecht geslapen. Niet dat ik moe was, maar ik kon echt niet in slaap geraken, dus na middernacht lag ik nog klaarwakker in bed. En ergens rond 5u ben ik dan weer klaarwakker geworden door het gedonder. Het leek wel of de donderwolken hun luidsprekers voor ons raam hadden gezet. En ik had met alle gemak een boek kunnen lezen door de felheid van de bliksemschichten.

Na het ontbijt besloten Dario en ik om vlak na de middag een wandeling door downtown Oakville te gaan maken. Via de Historical Society had ik een plattegrond met uitleg van bijna 30 historische woningen (vanaf 1820) in die buurt. Maar uiteindelijk is Dario niet meegegaan, hij had last van zijn knie en wou die dan sparen voor onze wandeling in Toronto die we morgen op de planning hebben staan.

Zo vertrok ik dus in mijn eentje naar de omgeving van het meer. Het was de eerste keer dat ik mijn auto niet parkeerde op een van de betalende parkeerterreinen van Oakville. Maar… er stond zo’n bord dat aangeeft dat ik maximaal 2u mocht parkeren. Net zoals je die in Belgie ook hebt. Alleen had ik hier nog nooit een parkeerschijf gezien. En het kon toch niet de bedoeling zijn dat ik op een briefje ging krabbelen om welk uur ik hier toegekomen was, en dat op mijn dashboard moest leggen? Gelukkig parkeerde er
nog net een dame, dus ik ben maar even op haar afgestapt om te vragen hoe dit nou werkte. Heel erg simpel: de controleurs wandelen langs en markeren je banden (heel onopvallend) met een krijtje! En aangezien het al 3.15pm was, kon ik dus helemaal gerust mijn toetje achterlaten en aan mijn wandeling beginnen, want na 5pm mocht je er parkeren hoe lang je wou, tot ’s morgens. Dus gewapend met
m’n flesje water, het plattegrond, de uitleg over de gebouwen en mijn fototoestel ging ik op stap. Het eerste huis stond 200m bij de auto vandaan. Ik wandelde er eens rond en stak de rustige straat over om een foto  te maken. En toen kwam er een oud mannetje op me afgestapt. Hij zag er netjes verzorgd uit, en zei me dat deze winkel die nu in het pand was, nieuw was. Dat de vorige winkel verhuisd was naar een ander pand even verderop. Ik stelde hem gerust dat ik niet op zoek was naar de winkel, maar dat ik als nieuwkomer hier mijn stad wat beter wou leren kennen, en dat ik daarom een wandeling langs de oude gebouwen maakte. Dus toen wou hij natuurlijk weten waar ik vandaan kwam. En op mijn antwoord “Belgie” verscheen er een brede glimlach op zijn gezicht, en stak hij fier zijn hand uit om me de hand te
schudden. Dus vroeg ik hem of hij misschien in de oorlog gediend had? Neen hoor, wat bleek: deze mijnheer was afkomstig van Izegem (Oost-Vlaanderen) en hij had in 1950 per boot de oversteek naar Canada gemaakt! Vol enthousiasme begon hij te vertellen over die boottocht. En ongelooflijk vind ik dat, dat zulke mensen dan nog zo in detail veel dingen herinneren van iets wat zoveel jaren geleden is!
En toen kwam er een net dametje aan. Dat bleek zijn vrouw te zijn, die eens kwam kijken wat mijnheer aan ’t doen was. En zo maakte ik kennis met zijn echtgenote, die hij in 1951 in Belgie was gaan halen. Zij is afkomstig van Roeselare.

We babbelden nog wat verder, maar aangezien we in de volle zon stonden te puffen, stelde ik na een paar minuten voor om een 10-tal meters op te schuiven, naar de schaduw. En toen kwam mevrouw met het idee dat ik toch maar beter even mee ging naar hun appartement! Dan konden we nog wat verder praten en ondertussen iets lekker fris drinken. Elke dus mee naar het appartement. Waar ik een hele rondleiding kreeg, van het zwembad naar de fitness en zo verder naar hun woning, waar ik ook alle kamers gezien heb, t.e.m. de wasplaats toe.
Ze wonen in een van die mooie condominiums op Lakeshore Road, pal aan de yachthaven van Oakville, met prachtig zicht op de yachthaven en het meer! Niet echt het optrekje van Jan Modaal want ik geloof dat de appartementjes daar beginnen vanaf $1,5 miljoen…

Maar het zijn allervriendelijkste mensen. Zij is 80 jaar, en hij is er 85. Ze zijn nog goed te been, wonen volledig zelfstandig, maken hun dagelijkse wandelingetjes nog. En hij schildert (Vlaamse landschappen) en zij leest nog dagelijks. Zo was ze nu bezig in de biografie van Madeleine Albright. Het zijn duidelijk heel belezen mensen die zeer goed weten wat er zich in de wereld afspeelt. En het nieuws uit Belgie volgen ze nog altijd, zelfs het militair defile op de Nationale Feestdag hebben ze live gevolgd!
Hun Nederlands is niet meer wat het geweest is, dus het gesprek ging in een mengeling van Engels en Nederlands. Maar je merkt dat het zulke fiere mensen zijn, dat ze eerst echt nog gaan zoeken naar het juiste Nederlandse woord, en pas als ze het echt niet vinden, dan pas zullen ze in het Engels verder gaan.
De uren vlogen dus voorbij.
Ik ben naar huis mogen gaan met de belofte dat ik zeker nog eens terug langs ging komen, en dat ik ook eens terug moest komen met Erwin en Dario.
Dus toen ik na 6-en thuis kwam, dacht Dario dat ik al de themawandelingen van Oakville afgewandeld had. Ze moesten  hier dus lachen toen ik zei dat ik welgeteld 1 historische woning gezien had.

Maar ik heb genoten van deze onverwachtte ontmoeting. En je kan alleen maar hopen dat je op die manier samen oud mag worden. Heel zeker ga ik daar nog eens terug langs!

Hillsburgh – Geen vakantie in Ottawa

Gisteren hebben we een leuke dag gehad. We waren in de late voormiddag uitgenodigd bij de familie Duijsens in het heuvelige Hillsburgh. En ook de kersverse immigranten Walter, Elisabeth en Isabel waren bij hen uitgenodigd.

Onderweg van Oakville naar Hillsburgh:


We hebben heerlijk zitten koffie drinken en cake/taart/gebak eten op hun terras. Walter wist ons nog te verrassen met de mededeling dat hij een job heeft gevonden. Beetje spijtig dat hij vooral in de US zal moeten werken, dus Elisabeth en Isabel zullen vaak alleen zitten hier. Maar ach, dat overleven ze ook wel. En wie weet belanden ze straks nog in de USA!

Het was leuk om nu ook eens kennis te maken met Erik en Mees. Besluit: de mannelijke helft van het gezin past goed bij de vrouwelijke helft. Tof gezin!

Het jonge volk heeft zich goed geamuseerd in het zwembad. Ze hadden blijkbaar zoveel lol dat ze niet eens aan tafel wilden komen voor de pizza, dus die hebben ze maar aan het zwembad opgegeten. Het
smaakte lekker bij dit weer, met een fris slaatje er bij.

De uren  vlogen zo voorbij. En het besluit was dat dit zeker voor herhaling vatbaar is.

Spijtig  genoeg kregen we een iets minder leuk telefoontje toen we onderweg naar huis waren: Danute liet weten dat ze een job heeft aangenomen voor 4 weken. Ze gaat Engels geven aan internationale studenten aan de University of Toronto. Terwijl  ze had aangeboden om op Dusza te passen, zodat we een paar dagen naar Ottawa  hadden kunnen gaan. Ze wil dit nog steeds wel doen, maar ze vertrekt ’s morgens vroeg en komt pas tegen 3 of 4pm terug thuis. En dat vinden we dus niet zo leuk voor Dusza, want die zit dan al die dagen voor een groot deel van de dag alleen thuis. Dus gaan we onze plannen maar aanpassen, en eens kijken wat we kunnen doen met Dusza er bij. Zal dus telkens iets van de laatste minuut worden, omdat ze dan ook het wer willen afwachten. Immers, lekker gaan wandelen in een mooi
park is fijn, maar als het dan zo warm is als nu, wil ik echt niet Dusza met haar lange dikke vacht meesleuren. Want het is duidelijk dat ze meer moeite heeft om zich aan de hitte aan te passen, dan dat ze dat met de sneeuw heeft.

Ik vind dit vooral spijtig voor Erwin, die het afgelopen jaar zo hard gewerkt heeft en echt wel aan vakantie toe is. Thuis zitten is natuurlijk ook al wel ontspanning, maar je hebt toch meer een vakantie-gevoel als je de deur uit gaat en ergens gaat overnachten.

De temperaturen zijn hier weer een beetje redelijker. Momenteel (11.30am) is het  22 graden. Ze verwachten 29 graden en onweer. Ook de afgelopen nacht heeft het tegen de ochtend aan hard geknald. En het heeft  wat geregend! Als was alles weer droog  tegen dat we opgestaan zijn.

Morgen zal het een graad of 28 worden, en redelijk bewolkt zijn. Dus trekken we naar Toronto om een wandeling te gaan doen in de buurt van University Avenue / Queen’s Park.

Crawford Lake, deel van de Niagara Escarpment


Ondertussen al een tijdje geleden, hebben we een bezoek gebracht aan Crawford Lake. Dit
natuurreservaat ligt hier ongeveer 15-20 minuutjes vandaan (Milton) en maakt deel uit van de natuurgebieden van Halton Region Conservation Authority.

Crawford Lake maakt deel uit van de Niagara Escarpment. Een ‘escarpment’ zijn lange/steile kliffen die ontstaan zijn door erosie. De Niagara watervallen maken deel uit van de escarpment. Het is een fossielrijk sedimentair gesteente, veelal begroeid met bossen en de kliffen steken tot 510m boven de zeespiegel uit.Het is een zeer uitgestrekt gebied, dat start in Waterdown (New York) en zo westwaards naar Ontario komt, en dan doorgaat naar Michigan, Wisconsin en Illinois.
Het ‘escarpment’ heeft zich miljoenen jaren geleden gevormd. Het is zeer waardevol gebied, en in 1990 is de Niagara Escarpment door de UNESCO opgenomen als “a World Biosphere Reserve”.

Crawford Lake is een zogenaamd ‘meromitic lake’. Ik ken de Nederlandse term niet, maar het wil zeggen dat de waterlagen nooit met elkaar vermengd geraken, ook niet door wind. Dit is vrij uitzonderlijk en je treft het wereldwijd maar bij een aantal meren aan (waarvn de Zwarte Zee waarschijnlijk het meest gekende voorbeeld is, of Great Salt Lake in Utah).
Hierdoor dringt er amper zuurstof door tot in de onderste lagen, waardoor er daar ook maar weinig leven mogelijk is. Het is ook niet echt zonder gevaar, want in de onderste lagen kan zich CO2 opstapelen. En als er dan een ramp gebeurd zoals een aardbeving, dan kan dit ontsnappen met doden tot gevolg! Niet alleen in het meer zelf, maar ook in de omgeving van het meer.

In dit meer dringt de  zuurstof niet verder door dan de eerste 15 meter, terwijl het meer 24 meter diep is. (even een weetje tussendoor: de Noordzee is van de Belgische kust tot aan Engeland op zijn diepst ook maar 30 meter!)
Hoe het technisch juist in elkaar zit, dat heb ik nog niet helemaal begrepen, maar het sediment dat zich
op die manier afzet blijkt dus veel informatie te kunnen geven over de eeuwenoude geschiedenis van dit gebied.

We bezochten dit pareltje op aanraden van Chris en Liliane, die ons vergezelden op deze uitstap:

Je kan mooi rond het meer wandelen.


Er staan veel vleesetende planten (sorry Liliane, ik ben de naam al weer vergeten..):

Naast visjes zagen we ook een schildpad:

En een  kikker:


Ook de  white trillium bloeit hier overvloedig. Deze bloem is de symbolische bloem van Ontario:


Er zijn heel  wat wandelpaden (19 km in totaal), en een daarvan leidt je naar een uitkijkpost die uitkijkt over de Nassagaweya Canyon. Wat een prachtig zicht op deze canyon!
‘nassagaweya’  is een indiaanse woord wat wil betekenen “waar 2 rivieren elkaar ontmoeten”. Het
gaat hier over Bronte Creek en Sixteen Mile Creek. Voor de hikers: Bruce Trail  loopt door deze canyon.

Je kan er hopen kalkoengieren zien rondzweven, maar ook ander roofvogels.  Natuurlijk was het een beetje moeilijk om ze met mijn kleine toestelletje juist te timen, en dit is de best gelukte foto:
Via pollenonderzoek heeft men ontdekt dat hier ooit een nederzetting moet geweest zijn, en zo heeft men ontdekt dat er in de 15de eeuw een Irokees dorp heeft gestaan langs dit meer.  Het was een dorp van de Wendat groep, en men heeft het grotendeels gereconstrueerd. Zo kan je er 2 longhouses bewonderen, de palisade die rond het dorp gebouwd was, een reconstructie van een typsiche tuin (de ‘three sister’s garden, omdat de Irokezen traditioneel 3 gewassen verbouwden: mais, bonen en squash).
Oorsponkelijk had het dorp een 250-tal inwoners, en 5 longhouses. Gek genoeg  heb ik er helemaal geen foto’s van gemaakt… Dus moet ik nog wel eens terug. Maar om jullie een indruk te geven, leende ik deze foto van het internet:

Nog wat leuke foto’s van deze wandeling:




We vonden het een geslaagd bezoek en gaan dus een jaarpas van  Conservation Halton kopen. Deze geeft ons toegang tot volgende parken:
Crawford Lake – Kelso – Hilton Falls – Mountsberg – Rattlesnake Point – Mount Nemo
Die liggen allen zo dichtbij, denk dat ik voor de verste misschien 40 minuten moet rijden.

Mountsberg hebben we ook al bezocht, dus dat wordt het volgende verslagje. Met foto’s!