Jumbo in Saint Thomas

Herinneren jullie je nog de verhalen over Jumbo, de olifant? Mijn grootmoeder heeft me er ooit over verteld, over een gigantisch grote olifant die met een circus reisde. Afgelopen zomer ontdekte ik dat die olifant echt bestaan heeft! De olifant werd geboren in 1861. Aanvankelijk woonde hij in de Jardin des Planes in Parijs, nadien verhuisde hij naar de London Zoo. In 1882 werd Jumbo verkocht aan P.T. Barnum van de Barnum & Bailey Circus (aka  “The Greatest Show on Earth”) En zo reisde Jumbo de wereld rond, tot ze in 1885 in Saint Thomas toe kwamen, waar hij domweg aangereden werd door een trein, en ter plekke stierf.

Zijn skelet werd gedoneerd aan het American Museum of Natural History in New York City,
zijn hart werd verkocht aan Cornell University
zijn huid werd gebruikt om hem op te zetten en op die manier kon hij nog jarenlang meereizen met het circus, tot het opgezette dier aan Tufts University geschonken werd (waar het vernietigd werd in een brand in 1975).

Jumbo was ongeveer 4 meter hoog toen hij stierf, en dat moet dus erg imposant geweest zijn.

Momenteel staat er nog een betonnen exemplaar aan de westkant van Saint Thomas (Talbot Street).

Om in Saint Thomas te geraken, neem je de 401 snelweg, richting London. Deze foto is typisch voor een groot deel van die snelweg: plat en groen. 😉

We bezochten in Saint Thomas ook nog Pinafore Park, met de Memory Garden. Niks spectaculairs, maar wel een leuk park als je in de buurt bent. Om je een idee te geven:

Voor de rest heeft Saint Thomas niks te bieden, tenzij je erg van treinen houdt. Het is de ‘railway capital’ van Canada.

Dus reden we door naar een kustdorpje, Port Stanley. Foto’s volgen later.

Advertenties

There’s an app that might be able to convince me to buy a smart phone!

I’m more the functional type of girl (a phone is a phone). So no smart phone for me. But a while ago, Petra was talking about a bird app on her blog:

“Verder dacht ik altijd dat je vogels lokt met lekker voer en dat, als je mazzel hebt, je een mooi exemplaar op de kiek kunt leggen. Nee helemaal fout. Dat is echt van voor de mobilisatie 1820 denk werk. Natuurlijk niet Petra. Dat gaat zo echt niet meer. Je neemt je iPhone, zet daar van elk merk vogels het gezang op en de vogels zullen tot je komen! Echt!!! De vogels worden met geluiden van andere iPhone vogels gelokt.”

And I was thinking “Wow, I would like to try that one too!”, because I really like watching birds foraging and hopping around (in my garden). It would be so neat if I could lure my favourite ones into my back yard… (I try this with food now, but it doesn’t always seem to be so efficient).
But hey, so much money, and that only to see some birds? So no iPhone for me. I will stick to my $30 phone.

But then this morning, I was reading the newspaper:

“On a sunny day, light streams into the Allen Lambert Galleria at Toronto’s Brookfield Place, drenching the hustle-and-bustle of the financial district below.
Take a moment inside the atrium to glance upward and you’ll see an arched, treelike canopy of criss-crossing steel and glass. Some may know the atrium, one of Toronto’s seminal architectural masterpieces, was designed by Spanish architect Santiago Calatrava.”
Brookfield Place really is something special. It’s a gem, hidden away, hard to discover if you are a tourist and you did not read about it somewhere. Even hard to notice if you are just one of these passer byers.

I love Brookfield Place!
This is what you see on the outside:

And this is the hidden gem inside:

And Toronto has a lot of these buildings!

Luckily, Vincent Hui, an Architecture Professor from Ryerson University, together with 60 volunteer students, has developed a mobile app, free for most smartphones, to help understand and engage with Toronto’s architecture, past and present!

The app uses geolocation data to plot out architectural landmarks in Toronto’s downtown core. It offers detailed information about more than 90 buildings around the city — including information about buildings’ form and function, the architects involved, design sketches and photos from past and present.

It operates on “augmented reality” technology, using the phone’s camera to display the real-world environment as the user walks around the city, but adds detailed information about the scene in view.

Just launch the app, lift your phone in front of you and let it do the work.

When launched, a series of small photos of buildings included in the app float on the screen. Those photos — of St. Michael’s Cathedral or Brookfield Place, for example — can be tapped to retrieve detailed architectural information of the building’s history and significance or directions to the location.

The app is still in its infancy, but it’s a work in progress! And colleagues in Seattle and Las Vegas have shown their interest too.

More info in the Globe and Mail
Or the Toronto Star

So maybe, one day, I will buy myself a smart phone. 😉

Beetje laat: 1 jaar Canada

Op 27 augustus waren we exact 1 jaar in Canada.
Verwacht nu geen reflectie op het voorbije jaar, ik ben er gewoon veel te druk voor bezig om daar echt een diepgaande analyse over te kunnen maken. Maar de korte samenvatting is:

we hebben er nog geen moment spijt van gehad!

Ik had als verrassing een etentje geboekt in het 360 Restaurant van de CN Tower. Zo konden we 351 meter boven het straatniveau genieten van het mooie panorama dat Toronto en Lake Ontario biedt, want het restaurant draait dus langzaam rond (net zoals bij de Space Needle in Seattle). Dat leek me heel erg gepast. En het was heerlijk! We hebben lekker gegeten, en ondertussen hebben we genoten van de zonsondergang.

Als jullie concrete vragen hebben omtrent ons 1-jarige jubileum, dan lees ik het hier wel en zal ik een antwoord geven.

Ondertussen laat ik jullie mee genieten van enkele sfeerbeelden van ons etentje:

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

 

 

African Lion Safari

Om 10am kwamen Chris en Liliane ons ophalen en reden we naar de African Lion Safari in Hamilton, hier 45 minuten vandaan. We bleken niet de enigen te zijn met dit idee, het was aanschuiven om op de parking te geraken.
Na het parkeren van de auto zijn we onmiddellijk naar de winkel gegaan waar we kaarten konden kopen om met de bus door het safaripark te rijden. We kennen de verhalen over de apen die graag souvenirs van je auto hebben, dus dat risico wilden we niet  nemen. Trouwens, met de bus heb je ook een veel beter zicht op de dieren. Immers, je moet in 2 rijen rijden met de auto’s (op 2 rijstroken naast elkaar), dus als je de auto bent die aan de andere kant staat van de dieren, dan zie je niet zoveel. Met de bus kom je boven die auto naast je bovenuit, dus je hebt een mooi zicht op de dieren.
Ruim een uur duurde deze tocht, en we zagen heel wat dieren. Het was geleden van toen Dario nog een kleutertje was dat we zoiets gedaan hadden, in de Beekse Bergen in Hilvarenbeek (Nl).

Een beperkte selectie uit de meer dan honderd foto’s van vandaag:

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We zagen ook nog een Takin. Nog nooit hadden we van dit dier gehoord, noch hadden we het ooit gezien: een Takin. Dit is een Chinees dier. Spijtig genoeg is mijn foto mislukt, dus ik leen er even eentje van het internet:

Ook zagen we nog een aantal Mennonieten. Niet verwonderlijk, we zitten hier immers vlak bij de streek waar zij leven (Saint Jacobs/Waterloo).

Voor diegenen die zich afvragen hoe je het verschil ziet tussen Amish en Mennonieten: Amish mannen moeten een baard laten groeien zodra ze trouwen, Mennonieten niet. Ook zijn Mennonieten veel ‘wereldser’, je zal hen dus echt wel zien reizen en naar toeristische attracties zien gaan.

Ook vraag ik me al een tijdje iets af i.v.m. bepaalde hoofdbekledingen die ik hier zie. Ik ken de tulband die de Sikhs hier dragen. Maar vaak zie je ook een soort van ‘smurfenmuts’ (en ik bedoel dit echt niet beledigend, ik weet alleen niet hoe ik het anders moet omschrijven). Aanvankelijk dacht ik dat dit de voorloper van de tulband was die dus door de kleine jongetjes gedragen werd. Maar ik ben ook al een aantal keer een aantal mannen tegengekomen die toch geen kleine jongetjes meer zijn, en die toch nog die ‘smurfenmuts’ dragen. Zouden ze pas de tulband mogen dragen vanaf het moment dat ze gehuwd zijn? Of is dit nog iets anders? Vroeg of laat zal ik wel eens in omstandigheden zijn waarin ik dit op een respectvolle manier aan deze mensen kan vragen. Maar ondertussen is er hier misschien iemand die mij het antwoord kan geven? Ik heb het over deze dingen:

En tot slot nog even onze favoriet in aktie: de Bald Eagle (Amerikaanse zeearend) in aktie:


Het was een prachtige dag!

Morgen lassen we nog eens even een rustdag in. Maandag gaan we naar Toronto, waar we met Natasja en Andrew afgesproken hebben, twee kersverse immigranten die we hier vorig jaar (toen we zelf nog maar net toegekomen waren) ook al hebben mogen verwelkomen. Maar nu zijn ze officieel ‘geland’, om te blijven.
(@Natasja: ik wou hier de link naar jullie blog plaatsen, maar ik zie dat je het nog hebt over de sneeuw in Nederland… Updaten dus! 😉 )

 

Elora Gorge

Dit was echt wel de week van de mislukte uitstapen. 😦 Nadat we dus eerder deze week al pech hadden dat er geen water in de watervallen zat, hadden we gisteren ook weer pech.
We reden naar Elora, een oud stadje. Best een gezellig stadje. Maar we verloren er een half uur door te zoeken naar een adres van het Information Centre terwijl we zowat alles huisnummers vonden in de straat behalve diegene die op het internet stond. Een bankdirecteur van de TD Bank -waar ik toevallig geld ging tappen- vroeg me of hij me nog ergens anders mee kon helpen, dus ik zei hem wat ik zocht. Die man is dus zelfs mee op straat gelopen om te gaan kijken en zo. Hoe vriendelijk! En hij verwees ons dan maar naar het Civic Centre. Daar vonden we ook wat brochures maar niet diegene die ik zocht.
Ondertussen was het bijna middag, dus besloten we maar te gaan eten bij Corck, dat zag er gezellig uit en er zat best wat volk op het terras. Nou, we hadden misschien dan toch maar beter dat pannenkoekenhuis even verderop gekozen, want we hebben hier maar liefst 1,5 uur gezeten! Neen, we namen geen 3-gangen menu: Dario had een Ceasar Salad, Erwin een wrap met kip en ik een ‘heirloom tomato salad with bocconcini’. Maar het duurde en duurde, en ik had ondertussen krampen van de honger. En toen brachten ze dit:

Jaja, ik kreeg maar liefst 5 schijfjes tomaat met een ietsie pietsie mozarella en 3 blaadjes basilicum. Even had ik nog de idee dat ze nog een schoteltje salade gingen komen brengen, maar neen, dat was ijdele hoop. Het was lekker, daar  niet van. Maar kan je zoiets nou een ‘salad’ noemen (het stond opgelijst bij de Ceasar Salad)? En zouden 5 schijfjes tomaat niet beter passen bij je voorgerechten ipv bij de salads? Mijn $9 salad was dus snel op, en zwaar teleurgesteld en eigenlijk best wel boos ben ik naar de overkant van de straat gegaan om bij de bakker (die tevens ‘spychic reader’ bleek te zijn) 2 croissants te gaan kopen en die ostentatief  en smaakvol op te eten. Ik had samen met mijn tafelgenoten gedaan met eten.

Toen wandelden we naar het park, want op een plannetje hadden we gezien dat je van daaruit ook zicht had op de waterval. Park bleek midden in een opknapbeurt te zitten, waardoor we ons een weg moesten banen door vochtige kleihopen die aan onze schoenen bleven plakken, om dan tot de constatering te komen dat de doorgang naar het uitkijkpunt afgesloten was. Pech nr. 2.
Ok, terug naar de modder en op naar het volgende. We konden die waterval namelijk, volgens de folders en het internet, ook heel erg goed bekijken vanaf de Elora Mill Inn. Zo gezegd zo gedaan, we wandelen tot daar en zien dit:
Alles hermetisch afgesloten wegens restauratie van deze historische molen… Pech nummer 3 dus.

We besloten dus maar de auto te nemen, en naar het Elora Gorge Conservation Park te rijden. Daar hebben we nog een leuke wandeling gemaakt, maar eigenlijk was ze ook het inkomgeld niet waard. Want… je kan niet eens tot aan de buurt van de waterval wandelen. De Tooth of Time was ook niet te bereiken van daar uit. Er stond ook weer heel weinig water in de rivier dus een ‘woeste’ rivier zagen we niet echt stromen. Wel enkele mooie plaatjes van wat we zagen:
De half droge rivier:



In het dorpje zelf:

Pech nr. 4: ik heb mijn voet, die ik een maand of 2 geleden omgeslagen heb en die nog steeds niet helemaal genezen is, weer omgeslagen. Tranen in mijn ogen, maar achteraf viel het wel mee, het is momenteel niet blauw.

Na de wandeling door de gorge besloten we dan nog even langs een oude brug te rijden die men jaren geleden heeft willen vervangen door een moderner exemplaar, maar waar de bewoners toen protest hebben tegen aangetekend met als gevolg dat de brug herbouwd is naar het oude model. Ik had op  het internet een adres gevonden… en toen bracht de gps ons tot bij de brug die je hier boven op de foto kon zien. Maar wat was het dus niet. Dus ergens op het internet zijn 2 bruggen met elkaar verwisseld geweest in naam… Pech nr. 5.

Op de terugweg kwamen we nog langs dit water:

Dario scoorde in een Iers winkeltje in Elora nog een mooi zilveren hangertje waar hij heel blij mee is.
En wij hebben ons wel geamuseerd gisteren, al zagen we niet echt wat we wilden zien.
Besluit: we betalen dit seizoen geen inkomsgeld meer voor een park. Inmiddels hebben we onze jaarpas van de Halton Conservation Authority, waarmee we gedurende een jaar lang gratis in 6 parken hier in de regio binnen mogen, en 3 daarvan hebben we al bezocht en die waren echt wel de moeite waard.

Vandaag waren we op de BBQ uitgenodigd bij een ex-collega van Erwin. ’t Was heel gezellig, zij woont hier eigenlijk vlakbij (6 minuten rijden). Maandag start ze in een nieuwe job bij de Toronto Stock Exchange. Best wel spannend voor haar!

En morgen gaan we naar de African Lion Safari. Ben benieuwd! Het zal in ieder geval weer warm genoeg zijn, tegen de 30 graden…

Huwelijksverjaardag – Watervallenjacht

Vandaag 19 jaar geleden zijn we getrouwd. Op zich voor ons niet echt heel speciaal, want er zijn zoveel momenten waarop we ons realiseren hoe gelukkig we zijn om elkaar gevonden te hebben. We hebben het dus niet speciaal gevierd. Alhoewel, terwijl ik dit bericht schrijf realiseer ik me dat we dus getrouwd zijn terwijl we met een salonboot de Leie af aan ’t varen waren, ergens in de buurt van Sint-Martens-Latem (Gent). We brachten die dag dus door op het water. En naar dat water ben ik vandaag, in min of meerder mate, ook op zoek geweest. 😉
We zijn namelijk eens op ontdekking gegaan naar de vele watervallen die Hamilton heeft. Want iedereen kent natuurlijk de gigant even verderop, in Niagara. Maar dichterbij zijn er ook heel veel, op de Niagara Escarpment.
Stopplaats 1 was niet aan echte watervallen, maar aan Lower en Upper Hopkins Cascades. Die we niet gevonden hebben. Ten eerste omdat het plan dat we op het internet gevonden hadden van geen meter klopte (als we hadden moeten parkeren waar daar de parking stond aangegeven, dan hadden we eerst een vangrail moeten rammen en zelfs dan hadden we nog wat serieuze bomen moeten omzagen om de auto er tussen geperst te krijgen. Gelukkig parkeerde Erwin netjes op de kleine gravel parking die aan de overkant van de straat lag.
We hebben er een deel van de Bruce Trail gelopen. Wel heel speciaal, in die zin dat het heel erg steil omhoog ging en dat het paadje smal was en bezaaid was met kleine en grotere rotsen. Op de foto hier krijg je een indruk, al ben ik er niet in geslaagd om vast te leggen hoe steil het was:

Erwin was dus al aan ’t lachen met mijn watervallen die niet te vinden waren. We hebben zelfs geen water gehoord of gezien…

Dus reden we een stukje verder, naar de Borer’s Falls. Dat is een Echt Waterval die bijna 18 meter hoog is en 6 meter breed! We parkeerden de auto en wandelden weer een klein stukje langs de Bruce Trail (straks kan ik stoer zeggen dat ik tientallen kilometers van de Bruce Tail bewandelde!). Oh jee oh jee, had ik toch weer even een “help ik heb hoogtevrees” momentje, en dat was jaren geleden! Dacht echt dat ik er vanaf was. Maar het paadje liep parallel met de weg, en er was een smalle betonnen richel waar je over moest gaan. Vlak voor het smalle stuk dacht ik daar toch ook een stuk betonrot te zien waar het beton weg was en je dus het ijzer in het resterende beton zo zag zitten. Slik. Was dat richeltje wel stevig genoeg? Zo lang ik gewoon maar recht voor mij keek viel het best goed mee. Maar als ik zo zijdelings rechts keek…. Aaaahhhh! Diep diep diep! Vooral dus niet wandelen en kijken tegelijkertijd. Neem me niet kwalijk, maar ook daar heb ik geen foto gemaakt. Was op de heenweg te druk bezig met me te verwonderen over het feit dat die hoogtevrees dus echt nog wel in me zit, en op de terugweg te druk bezig met schietgebedjes dat ik heelhuids de overkant zou halen. [nota aan mezelf: doe niet onnozel! Dat smalle stukje was waarschijnlijk niet eens 10 meter lang]
Op een veiliger plekje maakte ik deze foto:

Je ziet dat het daar dan toch ook wel heel diep is he, onder mijn voeten?!

Op weg naar deze waterval moesten we er eigenlijk ook nog 2 andere zien: de (little) Rock chapel Falls (maar ik had gelezen dat die aan ’t opdrogen was) en de Lower Borer’s Falls. Geen van beide gezien. Ook niet echt iets gezien dat je ‘rivier’ zou noemen.

We komen dus bij de grote Borer’s Falls aan, echt letterlijk er bovenop! Dat bemoeilijkt het zich op de waterval natuurlijk wel… En aangezien de rivier zo laag stond, zijn we gewoon door de rivier naar de overkant kunnen waden zonder ook maar 1 natte teen op te lopen:

Daar kregen we een klein beetje een zicht op de waterval, maar het was “gene vette”, om het op zijn Kempisch te zeggen. Onze douchekop geeft meer water af!
Ik heb een poging gedaan om de ‘waterval’ vast te leggen op foto… Als je heel goed je best doet, dan zie je dat er een waterstraaltje naar beneden sijpelt op deze foto:

Ok, nu moest ik het wel toegeven: we hadden gewoon een heel slecht jaargetijde gekozen om watervallen te gaan bekijken. Het is hier al maanden droog en warm, en daar hebben ook de riviertjes last van. Dat zie ik ook heel duidelijk aan de Sixteen Mile Creek hier in Oakville: ik zie rotsen bloot liggen in het midden van de rivier die ik daar dus in maanden niet heb zien liggen omdat ze in de winter onder water staan.
Om je een idee te geven: de Rock Chapel Creek die de Borer’s Falls van water voorziet is dus droog. Heel. Erg. Droog. De foto hier boven, waar Erwin door de rivier wandelt, toont dat al aan. En dit is het zicht op de “rivier” beneden aan de waterval:

Op dit punt werd dus beslist om “ontdek de watervallen” uit te stellen tot in de herfst. (als het dan maar niet te glad is om over die richel te lopen!)

We zijn nog naar Hamilton zelf doorgereden om bij de Toeristische Dienst wat folders te gaan halen. En mijn eerste indruk van downtown Hamilton is niet zo geweldig. Ik vond er ‘raar volk’ rondlopen, er stonden een stuk of 3 stakerspiketten, … Sommige gebouwen waren wel knap en zo, maar zit je 1 zijstraat verder dan King Street of Main Street, dan zie je heel wat gebouwen die serieus onderhoud nodig hebben. Heel het sfeertje vond ik niet echt “hier komen we nog eens naartoe!”. Waarschijnlijk gaan we er ooit nog wel eens komen, en ik ben benieuwd of ik het dan ook terug zo ervaar.

Vanavond zijn we nog lekker mijn z’n tweetjes uit gaan eten. Onze zoon was druk bezig en bleef liever thuis met een pizza in de oven… Tja, dat heb je he met tieners in huis!

En tot slot nog 2 fotootjes die ik gemaakt heb hier in de straat toen ik vanavond naar de brievenbus wandelde. Vond die wolken en de kleuren toch weer zo speciaal…

Cheltenham Badlands en Belfountain Conservation Area

Vandaag zijn we naar de Cheltenham Badlands gereden, in Caledon. Weerom een fijn ritje door het glooiende landschap.

De Badlands zijn dus een soort van ‘steenwoestijn’ pal naast de weg. Met een opvallende rode/roestachtige kleur.
Toen men begin jaren 1900 al het bos en de begroeiing weghaalde om er de kuddes te laten grazen, vond er een
erosie plaats die niet meer te stoppen was en waardoor deze onderliggende grondlaag boven kwam liggen. De rode kleur komt door de hoge gehaltes van ijzeroxide in de grond. Hier en daar zie je er een groenachtige waas door lopen, wat komt door de doorsijpeling van water.

Geniet van de foto’s:

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Het is een vrij klein gebied maar echt wel de moeite waard om eens langs te rijden. Je waant je net op Mars. 😉

Nadien reden we door naar het nabijgelegen Belfountain Conservation Area.
Dit domein was aanvankelijk de eigendom van Charles W. Mack, een filantroop die tevens de uitvinder was van de rubberen stempels. Hij had hier zijn zomerhuis. En zoals het een uitvinder  zal betamen, ga ik er van uit dat die man veel verbeelding had. Immers, hij bouwde een dam die een waterval creeerde die hem deed denken aan de Niagara Falls:
Een goed gedacht is veel waard zeker? Doet mij eerder denken aan de watervallen van Coo.

We maakten een fijne wandeling door het zeer kleine park, en verlieten al snel de trails van het park om verder te gaan op de Timble Trail, een onderdeel van de Bruce Trail.

 

 

Alhoewel we een fijne wandeling gemaakt hebben, viel het park mij een beetje tegen. Zeker omdat je hier $4.75/persoon toegang voor moet betalen. Waarschijnlijk zijn we te erg verwend geweest met Lake Crawford
en Mount Nemo, waar je ook zo’n bescheiden bijdrage levert maar waar het allemaal toch een stuk meer de moeite is.

Maar ach, we hebben weer een stukje gebouwd aan onze culturele en toeristische kennis van de streek, en we hebben een fijne dag gehad. En dat is natuurlijk ook wel wat waard! Geniet ook hier maar mee:

Eigenlijk waren we ook van plan om na onze uitstap met Erik en Claudia af te spreken om ergens samen iets te gaan eten. Maar spijtig genoeg voelt Claudia zich al 2 dagen helemaal niet goed, dus dat etentje hebben we maar tot nader te bepalen datum uitgesteld. Hopelijk voelt ze zich snel beter!

Ondertussen ga ik eens buiten piepen of ik nog iets kan zien van de Perseïden meteorenzwerm . 
Gisteren was het bewolkt en gaf de (bijna volle maan) te veel licht af. Misschien heb ik nu wat meer geluk…